Na de kennismakingsronde legde ik onze methodiek uit om veiligheid en gedrag te verbeteren. ‘We gaan vier nuttige, leerzame en leuke uren hebben. Geen PowerPoint, niet op een stoel zitten, maar actief bezig zijn met activiteiten die een metafoor zijn voor het werk op de vloer. Plezier maken en praten over wat je te leren hebt en wat je bezighoudt in je werk als het om veiligheid gaat.’ De man met de baseballpet keek even naar me vanonder zijn pet en zakte iets verder in zijn stoel. “Maar ik ga niet meedoen,” zei hij. “Prima voor mij, maar eerlijk gezegd: je hoeft hier niet te zijn,” antwoordde ik. “Niet voor mezelf, maar mijn baas wil dat ik hier ben! Als ik hier niet ben, mag ik morgen niet slijpen en lassen,” zei hij. “En ik wil geen problemen veroorzaken.”
Met de rest van de groep startte ik een activiteit waarin stress, werkdruk, veiligheid, aanspreekbaarheid en verantwoordelijkheid nemen naar voren komen. We hadden ook veel plezier en hebben flink gelachen. De deelnemers, allemaal stoere, stevige mannen, waren onder de indruk van de werkwijze en konden goede verbanden leggen met hun dagelijkse werk. Samen gingen we naar de bouwplaats om te zien hoe veiligheid in de praktijk verbeterd kan worden. En vooral hoe dit samenhangt met hun eigen gedrag.
Mijn ‘vriend’ bleef nog steeds op afstand en tijdens een pauze sprak ik hem aan. “Ik heb niks tegen jou,” zei hij snel. “Ik vind het gewoon allemaal onzin.” Dus vroeg ik hem waar hij het dan zo moeilijk mee had. “Ach man, ik woon in het zuiden van Nederland, moest uren rijden om hier te komen, ik ben net gescheiden, ik moet voor mijn 14-jarige dochter zorgen en ik moest haar nu alleen thuislaten. En mijn dochter betekent echt alles voor me, en nu ben ik er niet als ze uit school thuiskomt. En dat allemaal omdat ik soms die irritante veiligheidsbril niet draag. Ze beslaat, het is warm, maar mijn baas heeft daar geen boodschap aan.” We praatten nog wat over zijn hobby’s, zijn dochter, zijn leven en zijn werk.
Aan het einde van het gesprek vroeg ik of ik hem nog een vraag mocht stellen. Hij stemde toe. Ik zei: “Je komt op mij over als een hele goede vent en een ontzettend lieve vader voor je dochter. Wat ik echt niet kan begrijpen is dat iemand die zo gek is op zijn dochter bewust elke dag opnieuw het risico neemt om blind te worden en haar dus nooit meer te kunnen zien. Alleen omdat je die veiligheidsbril niet wilt dragen.” Ik keek hem vragend aan en hij werd een beetje bleek, zenuwachtig en stil. Heel even was ik bang dat ik een klap zou krijgen van die enorme armen. Maar er gebeurde niets en even later liep hij weg.
Na de pauze veranderde er niet veel. De baseballpet zat nog steeds diep over zijn ogen, ik werd af en toe stiekem aangekeken en de groep sprak actief met elkaar over hoe de veiligheid op de bouwplaats kon worden verbeterd en hoe ze meer moed konden krijgen om iemand aan te spreken die de veiligheidsregels niet volgt. Aan het einde van de sessie ging de groep tevreden weg en bedankte me voor de leuke en leerzame ochtend.
De ‘baseballpet’ bleef nog even in de ruimte staan. “Ik wil je bedanken,” zei hij, een beetje zenuwachtig. “Ik had het niet verwacht, maar ik ga vanaf morgen iets anders doen. Ik ga voortaan altijd mijn veiligheidsbril dragen.” Hij gaf me een klap op mijn schouder en liep de deur uit. Ik heb hem nooit meer teruggezien, maar soms denk ik nog aan hem. Want hij leerde mij iets moois: ieder mens heeft zijn eigen verhaal. Als we daarvoor openstaan, wordt het leven mooier. En veiliger…